Vandaag gaan we eens even stilstaan bij de manier waarop God ons zijn liefde wil geven. We hebben al gezien dat Hij dat kan doen door het persoonlijk gebed (vierde les) en ik denk dat dat het allerbelangrijkste blijft: praten met God als met je beste vriend. Maar God heeft ons ook tekenen gegeven, tastbare gebeurtenissen waarlangs Hij ons te kennen geeft dat Hij om ons geeft en ons ook wil laten ervaren dat Hij bij ons is. Ik heb het dan over de zeven sacramenten.
Als je kijkt naar het leven van Jezus, dan vallen er een aantal zaken op die Hij zegt en doet. Je zou kunnen zeggen dat de katholieke kerk in haar geschiedenis deze voorname woorden en daden van Jezus heeft vastgelegd in de zeven sacramenten, heilige tekenen waarin we Jezus zelf ontmoeten.
Doopsel

Het eerste is het doopsel. Jezus liet zichzelf dopen door Johannes de Doper, zijn voorloper, voordat Hij begon aan wat we zijn openbare leven noemen, de drie jaar dat Hij rondtrok, preekte, zieken genas, etc. Dopen, dat was je bekeren, je fouten laten ‘afwassen’ door het water van de Jordaan. Jezus had dat zelf niet nodig als Zoon van God, maar Hij wilde zo laten zien dat Hij dicht bij de mensen wilde staan die het wel degelijk nodig hebben om af en toe ‘grote kuis’ te maken in het leven, zich te ‘verontschuldigen’ voor hun stommiteiten.
Toen Jezus stierf aan het kruis deed Hij dat voor onze fouten. Hij onderging de straf die de mensen verdiend hadden. Hij gaf zijn leven om et onze te redden. Dat is nog eens liefde! Het teken van het doopsel beeld als het ware uit het sterven en verrijzen van Jezus. Dat zie je het beste bij doop door onderdompeling: je gaat het water in, de dood, om er weer uit op te staan, de verrijzenis.
Aan het einde van zijn openbare leven stuurde Jezus zijn apostelen de wereld in met de opdracht het evangelie te verkondigen en de mensen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En dat deden ze! Eerst vooral volwassenen, maar later ook de kinderen die in gelovige gezinnen geboren werden. Zo werden de mensen al hun fouten vergeven, al voor ze ze gemaakt hadden. Ze ‘profiteren’ daarmee van de dood en verrijzenis van Jezus. Bovendien zijn ze vanaf dat moment lid van de gemeenschap van gelovigen wereldwijd, de christenen, de kerk.
Vormsel

Aan het einde van het doopsel wordt je gezalfd met chrisma, een gezegende zal die het zegel, het merkteken van de Heilige Geest symboliseert. Want het is niet alleen de bedoeling dat je gedoopt ben ter vergeving van je zonden, en lid van ‘de club’ wordt, maar ook dat je leven gekenmerkt wordt door de werking van de Heilige Geest. Omdat het doopsel meestal aan pas geboren kinderen wordt toegediend, wordt dit ‘getekend worden door het Heilige Geest’ toegediend aan het begin van je leven als ‘volwassen mens’, dus als je een jaar of twaalf bent (of soms later). Dat is het vormsel. We denken daarbij vooral aan de gebeurtenissen rond Pinksteren, toen de apostelen een bijzonder kracht ontvingen om er op uit te trekken en onverschrokken het evangelie te gaan verkondigen. Ook wij hebben ‘kracht van boven’ nodig om er tegen te kunnen als we het serieuze leven instappen. Je moet serieuzer gaan werken op school, belangrijke keuzen maken in je leven, zelfstandig leren kiezen tussen wat goed is en wat niet goed is, leren omgaan met andere mensen dan alleen je ouders, broer of zussen, verantwoordelijkheden op je gaan nemen in een vereniging, op school en later in een baan, enzovoort. Ook moet je het maar durven, in de wereld zeggen dat je christen bent, over God durven spreken tegen je vrienden, durven uit te komen voor waar je voor staat. En je zal wel eens extra kracht nodig hebben om teleurstellingen te dragen, tegenslag en lijden. Voor dat alles geeft de Heilige Geest je de kracht en dat is geen overbodige luxe!
Eucharistie

Jezus heeft ons aan het einde van zijn openbare leeftijd een heel kostbaar cadeau gegeven: zijn Lichaam en zijn Bloed. Toen Hij het oude Joodse Paasmaal met zijn leerlingen vierde, de dag voor zijn kruisdood, zij Hij bij het opheffen van het brood en de beker: ‘Dit is mijn Lichaam’ en ‘Dit is mijn Bloed’. Daarmee doelde Hij op het offer dat Hij zou brengen; de volgende dag, door zijn lichaam aan het kruis te offeren en zijn bloed te vergieten, om alle ellende van deze wereld als het ware af te betalen en een nieuwe weg naar geluk mogelijk te maken. Hij riep zij leerlingen op dit gebaar steeds tot zijn gedachtenis te blijven herhalen en het is daarom dat we elke zondag deze zg. ‘eucharistie’ vieren (‘eucharistie’ betekent ‘dankzegging’, voor wat Jezus voor ons gedaan heeft). Dat is niet zomaar iets symbolisch alleen, maar tegelijk ook iets ongelofelijk wonderlijks. Want in het ‘geconsacreerde’ brood en de wijn is Jezus nu werkelijk onder ons aanwezig: ook al zien we nog brood en wijn, het is nu lichaam en bloed van Jezus. IN de geschiedenis zijn er ook veel wonderen rond gebeurd die bewijzen dat het echt om Jezus’ Lichaam en Bloed gaat, en niet om zomaar een stukje brood en een slokje wijn, op zondag in de mis. Als de mensen goed zouden beseffen wat daar op het altaar gebeurt, elke zondag dan zouden de kerken vol zitten! Bovendien is het zo dat als je bij een eucharistieviering aanwezig bent, je op een bovennatuurlijke manier aanwezig bent bij de dood én de verrijzenis van Jezus, 2000 jaar geleden. God staat namelijk boven de tijd en het is voor Hem een ‘koud kunstje’ om de beurtnissen van toen en nu bij elkaar te brengen in de eucharistieviering. Daarom is het ook erg aanbevolen om op zondag in de kerk te komen, want je kunt Jezus daar écht ontmoeten en zijn Lichaam (en Bloed) ontvangen als voedsel (en drank, om praktische redenen wordt meestal alleen het Lichaam van Jezus aan de gelovigen uitgedeeld.). En na afloop van de mis worden de overgebleven ‘hosties’ opgeborgen in een mooi versierde kluis met een stevig slot erop: het ‘tabernakel’. Dat doet de pastoor omdat het het kostbaarste is wat er in de kerk aanwezig is, veel kostbaarder dan alle kandelaars en schilderijen in de kerk bij elkaar.
Sacrament van Verzoening of de Biecht

Bij het doopsel worden ons onze fouten vergeven, maar jullie weten net zo goed als ik dat het daarna nog wel eens fout gaat. Niemand van ons is zonder fouten; iedereen doet wel eens iets wat niet goed is. Daarom heeft Jezus zijn apostelen ook opdracht gegeven om de mensen hun fouten in zin naam, namens God zelf, te vergeven. Wie nooit fouten maakt hoeft niet te biechten, maar aangezien die mensen er niet zijn zouden de priesters het druk moeten hebben met ‘biecht horen’. Fouten, of ‘zonden’, zijn daden waarmee je jezelf, je naaste en je omgeving schade toebrengt. Maar ook verknoei je er je relatie met God mee. Je kan dus jezelf misschien nog wel een keer vergeven, of je medemens vergeeft het je als je iets stoms hebt gedaan, maar dan is er nog het herstel van je relatie met God. Daarvoor is er nu precies de biecht, die je ook gaat helpen om jezelf te vergeven, en, als mensen het je niet vergeven, er niet teveel mee te blijven zitten. Helaas vinden veel mensen het heel moeilijk om hun fouten in te zien en toe te geven, in het gewone leven al. Er mee naar een priester stappen om van God er vergeving voor te krijgen, dat is voor hen nog een onbekendere zaak. Maar de mensen die daar ervaring mee hebben zeggen allemaal dat ze daar geweldig van opknappen, en elke keer met een zucht van verlichting naar huis gaan. Het vraagt veel moed, maar het lucht ook enorm op. Stel je voor dat God zelf tegen je zegt: ‘ik vergeef je al je fouten’. Dat is één van de mooiste dingen die je kan overkomen! We gaan het daar voor het vormsel ook nog over hebben, om ons optimaal op het Vormsel voor te bereiden.
Ziekenzalving

Wat enorm opvalt in het leven Jezus is dat Hij ‘aan de lopende band’ zieken geneest. Dat is geen doel op zich, maar zo wil God laten zien dat Hij begaan is met het lot van de mensen en dat Jezus niet zomaar een mens is, maar wel degelijk Gods Zoon. Ook de apostelen kregen de opdracht mee om de zieken ‘de handen op te leggen’ en te genezen. Dokters waren er toen nog niet zoals nu, maar ook nu komt het wel eens voor dat God mensen geneest, op een bijzondere manier. IN de kerk is daarvoor het sacrament van de zieken ontstaan, waarbij de zieken via een zalving door de priester genezing van zonden én kracht tot genezing ontvangen. Niet dat daarbij altijd wonderen gebeuren, hoewel dat ook voorkomt, maar heel vaak hoor je dat mensen er enorm door gesterkt worden in hun ziek zijn. In principe ontvangen mensen die op sterven liggen ook dit sacrament, mét de eucharistie, als ‘voedsel voor onderweg’, op hun laatste tocht naar het eeuwig leven.
Priesterschap

Om het evangelie te verkondigen en de sacramenten toe te kunnen dienen heeft God speciale ‘medewerkers’ nodig die Hem, Jezus, op aarde kunnen vertegenwoordigen, mensen die er helemaal zijn voor de mensen en voor het werk van de kerk. Omdat Jezus een man was zijn dit altijd mannen. Zo kunnen jongens op jullie leeftijd zich al afvragen of zij niet iets er voor zouden voelen om hun leven helemaal aan God toe te wijden en later priester te worden! Daarvoor moeten ze dan natuurlijk in de eerste plaats een vurig geloof hebben, gedoopt en gevormd zijn, en er voor opgeleid worden. Daarna worden ze gewijd, eerst tot diaken, dan tot priester, en sommigen van hen worden later geroepen om bisschop te worden en aan het hoofd te staan van de kerk in een bepaald gebied, zoals in ons geval het aartsbisdom Mechelen-Brussel dat ongeveer samenvalt met Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en Brussel. Onze bisschop is kardinaal Danneels, en voor Brussel is dat zijn hulp-bisschop monseigneur De Kesel. En pastoor Nikita is de priester die namens deze bisschoppen onze parochie leidt. Een diaken is een soort hulp van de priesters en de bisschoppen. Meestal worden deze later priester, maar sommigen blijven diaken, de ‘permanente’ diakens. In onze parochie hebben we er daar geen van.
Huwelijk

Voor Jezus is het huwelijk ook een heel belangrijke heilige zaak. De band tussen een man en een vrouw is één van dé manieren om echt gelukkig te worden voor de mens. Bovendien leidt deze relatie tot nieuw leven door de kinderen die er uit geboren worden. Het huwelijk is in feite de weg waarlangs God voortdurend nieuw leven schept. Om die reden heeft de kerk het ook gezien als één van die zeven “heilige tekenen’ die Jezus aan ons heeft willen geven. En ook al gaat het helaas wel eens mis tussen getrouwde mensen, er zijn ook heel veel voorbeelden van koppels die echt tot de dood samen blijven en zo laten zien wat trouwe liefde is. EZo laten ze zien dat Gods liefde trouw is: je houdt elkaar vast, wat er ook gebeurt. En voor de kinderen is dat ook het mooiste: je ouders in goede en kwade dagen er samen uit zien komen, altijd werkend aan een klimaat van vrede en geluk voor het gezin. Wat is er mooier voor kleinkinderen om hun grootouders nog samen te zien, in hechte verbondenheid?
Zo, dat waren de zeven ‘gelukmakers’ die Jezus aan ons, aan de kerk, heeft gegeven. We gaan ons nu vooral richten op het Vormsel, maar de anderen zijn niet minder belangrijk en we zullen ook de andere sacramenten dus nog wel noemen.
Vincent Kemme
jullie catechist